Een API (Application Programming Interface) maakt de communicatie tussen verschillende software mogelijk. Op die manier kunnen ze informatie met elkaar uitwisselen. Denk bijvoorbeeld aan een betalingssysteem dat via een API met een webshop gekoppeld is. Om de koppeling tussen een website of webshop met andere software te kunnen maken wordt een API key gebruikt. Dat is een unieke code, specifiek bedoeld om toestemming te geven voor het gebruik van de API.
Een API werkt met input en output. Als voorbeeld nemen we de database van een webshop. Die bestaat onder andere uit producten, prijzen en voorraden. Als je wilt weten of een product nog op voorraad is, kun je dat opzoeken in de database. Het product dat je zoekt is dan de input en de voorraad die je terug krijgt is de output. In het geval van een webshop moet dit proces natuurlijk geautomatiseerd worden. Wanneer een bezoeker een product bekijkt, moet de webshop de juiste beschikbaarheid en prijs tonen. De informatie vraagt de webshop op bij de API, de API zet dit door naar de database en de database stuurt deze informatie via de API weer terug. Je kunt API’s dus eigenlijk zien als een soort tussenpersonen.